Stadspastor van Zwolle 2018-09-25T10:45:49+00:00

Mariska van Beusichem is sinds 2016 stadspastor van Zwolle. Regelmatig fietst ze van haar woonplaats Hattem naar de Sint-Michaëlskerk op de Grote Markt, het hart van de stad.

“Vroeger was mijn gedachte: ik moet de wereld verbeteren. Heel Zwolle zal me ook niet lukken, maar als ik, met alle mensen hier om mij heen, een steentje mag bijdragen aan een leefbare stad of een weggetje mag banen waarlangs het koninkrijk van God misschien meer gestalte kan krijgen, dan ben ik een dankbaar mens.”

Soms heb je anderen nodig om jezelf of God opnieuw te bekijken. Dat ondervond Mariska van Beusichem toen ze jaren geleden tijdens een fietstocht in een boekenwinkel op de autobiografie van de Franse Thérèse Martin (1873-1897) stuitte. De titel fascineerde haar: ‘Mijn roeping is de liefde’. Later ontdekte ze dat het ging om de katholieke heilige Thérèse van Lisieux. “In haar woorden vond ik begrip voor mijn worstelingen en verlangens. Zij leerde me dat ik niets goed hoef te maken; het is al goed.”

Is dat je boodschap voor Zwolle?
“God kijkt naar ons met onvoorwaardelijke liefde. Hij kijkt ons tevoorschijn.
Ik hoef God niet te brengen in Zwolle, Hij is er al. God gebeurt hier en nu.
Thomas a Kempis is voor mij een grote inspiratiebron. Hij heeft mij geleerd om naar mijn binnenkant te kijken. Maar zonder Therese van Lisieux was het voor mij een stuk lastiger geweest om te begrijpen wat Thomas bedoelt. Zoals het voor niet-gelovigen misschien moeilijk is om God te zien of de Bijbel te lezen. Als stadspastor help ik ze daarbij graag op weg.”

Wat betekent het om stadspastor van Zwolle te zijn?
“Dat betekent dat ik er ben voor alle Zwollenaren en samen met hen wil bouwen aan een leefbare stad. Toen de PKN mij twee jaar geleden vroeg om dit te gaan doen, werd ik enthousiast: dit past bij mij. Bovendien ken ik Zwolle inmiddels goed, ik ben al zo’n acht jaar voorzitter van de Stichting Thomas a Kempis.

Welke opdracht kreeg je mee?
“Ik heb veel vrijheid in wat ik doe, maar het belangrijkste voor de Stichting Grote Kerk en de PGZ is dat ik na die drie jaar – want zo lang duurt mijn aanstelling – kan laten zien dat ik van betekenis ben voor onze stad. Mensen hebben hier mooie dromen om cultuur en religie te combineren. Die cross-over tussen kerk en samenleving inspireert me.”

“De Grote Kerk is ondergebracht in de Stichting Grote Kerk, zodat het gebouw kon worden behouden. De kerk wordt verhuurd voor allerlei culturele en educatieve activiteiten, maar ze willen geen verhuurschuur zijn. Om de ziel van de kerk te behouden, organiseert de PGZ er elke zondag vieringen en hebben ze mij aangesteld als stadspastor. Het is de bedoeling dat ik mensen, als ze daar om vragen, in contact breng met geloof, religie of spiritualiteit – hoe ze dat zelf ook maar willen noemen. En natuurlijk is er ook een zakelijke kant. Er moet geld komen om het gebouw in stand te kunnen houden. Ik ben dus ook flink aan het netwerken, en schrijf een ondernemersplan. Met hulp, want dat leer je niet op de theologische faculteit!”

Hoe kom je in contact met de Zwolse burger?
“Ik organiseer activiteiten en zoek mensen op. Maar mensen komen ook naar mij toe. Elke week heb ik individuele gesprekken, en eens in de maand is er in het Wijnhuis hier achter de kerk, een avond ‘Wijn & Wijsheid’. Onder het genot van een glas wijn of iets anders bespreek ik met belangstellenden verschillende onderwerpen. Dat zijn kostbare ontmoetingen. Dan fiets ik ’s avonds heel blij naar huis.”

Wij staren ons vaak blind op de verkeerde dingen, dan zien we God niet meer.

Wat is voor jou de zin van zulke gesprekken?
“Ik heb me verdiept in spirituele bewustwordingsprocessen: hoe komen mensen God op het spoor? Tijdens gesprekken probeer ik met iemand mee te luisteren, om dat spoor te ontdekken. En dat doen we in grote vrijheid, want we kunnen dat spoor van jou of van je ziel, het verhaal dat God met jou heeft, alleen maar volgen en zien als je je kunt vrijmaken van alle oordelen. Wij staren ons vaak blind op de verkeerde dingen, dan zien we God niet meer.”

Thomas a Kempis is voor jouw een grote inspirator. Je bent ook voorzitter van de gelijknamige stichting. Wat heeft hij ons vandaag nog te zeggen?
“Voor mij gaat zijn boek ‘Navolging van Christus’ over: hoe kijk je? Thomas zegt: als je verlicht wilt worden moet je Jezus volgen, hem imiteren, nadoen. En daar bedoelt hij niet mee op sandalen door Israël wandelen, maar Jezus uitbeelden in je manier van leven zodat zijn Geest van liefde en vrede in jou tot leven komt. Wij kijken vaak naar de buitenkant, maar van Thomas heb ik geleerd om naar binnen te kijken, naar hoer Gods liefde deze wereld elk moment schept en draagt. Mijn vraag aan anderen is altijd: wat zie jíj? We hebben elkaar nodig.”

Je hebt nog één jaar te gaan, wat hoop je nog te doen?
“Ik droom van een Academie voor Levenskunst, waar mensen met zingevingsvragen aan de slag kunnen, want ik merk dat ze die hebben. Kijk, voor mij als stadpastor gaat het er niet om dat ik de kerk volkrijg, want volgens mij kwam Jezus niet in de eerste plaats voor de kerk, maar zegt Hij steeds dat hij komt voor het Koninkrijk van God. En volgens mij is dat: vrede, gerechtigheid en solidariteit. Als stadspastor zie ik dat veel mensen hierdoor geïnspireerd worden. En die zijn niet per se kerkelijk of christelijk, maar ik zie ze wel als mijn bondgenoten. En in zo’n Academie wil ik mensen gelegenheid geven hiermee bezig te gaan. Neem bijvoorbeeld de kunst van het goed doen; wat is goed? En hoe doe je dat? Wat hebben we daarvoor nodig? Ik wil de spirituele rijkdom vanuit mijn eigen christelijke traditie inbrengen.”

Wat als mensen niets met God hebben, maar wel op zoek zijn naar zingeving?
“Ik sprak eens tijdens een bijeenkomst en na afloop werd ik aangesproken door een jonge vrouw. Ze vond mijn verhaal mooi, maar kon niets met het woord God. Toen zei ik: je kunt God ook vervangen door ‘diepste waarheid’. God is het meest beladen woord dat er bestaat, en als mensen daar allergisch voor zijn, zoek ik met ze naar hun eigen woord. De kerktaal is jargon. Ik probeer altijd door de taal van mensen heen te luisteren en dan blijkt dat we vaak hetzelfde zeggen.”

Hoe belangrijk is het fenomeen kerk?
“Ik heb God leren kennen in de kerk en dat ik mij door Jezus gezien en erkend voel, in onvoorwaardelijke liefde, inspireert mij te bouwen aan de stad. Die inspiratie steek ik niet onder stoelen of banken, maar ik zeg niet: jij moet nu hetzelfde geloven als ik. De Grote Kerk doet wat met mensen, maar we moeten uitkijken dat we het gebouw niet heilig gaan verklaren, het gaat om het evangelie, dat mensen hier tot bloei kunnen komen en in hun kracht worden gezet om ook voor anderen van betekenis te kunnen zijn.”